zoeken  
    Vakantiecursussen * HERINSCHRIJVING 2017-2018 * Bestellen boeken nieuwe lln * Brief en info 2e TALENT 2017-2018 * Afhalen boeken 2017-2018

De Smet, Gulielmus(superior 1808-1812)

De Smet, Gulielmus(superior 1808-1812)

Gulielmus De Smet werd geboren in Waarschoot (Oostmoer) op 5 december 1770.
Als jongeman leefde hij in een tijd met zeer snelle wisselingen van het politieke regime in onze gewesten: het Oostenrijkse bestuur in de Nederlanden (tot 1789), de Brabantse Omwenteling en de kortstondige onafhankelijkheid (1789 1791), het herstel van het Oostenrijkse bestuur (1791 1792), de eerste Franse bezetting (1792 1793), het herstel van het Oostenrijkse bestuur (1 793 1794), de tweede Franse bezetting en de aanhechting van de vroegere Oostenrijkse Nederlanden bij Frankrijk op 1 oktober 1795.
Samen met zijn broer Bernard volgde Guillaume De Smet zijn eerste onderwijs in de school van zijn geboortedorp Waarschoot. Waar hij zijn middelbare studies heeft gedaan, weten we niet. Misschien volgde hij les aan het college van de paters Augustijnen te Gent, waar ook zijn broer Bernard later naar school ging.
Na zijn opleiding aan het bisschoppelijk seminarie werd hij priester gewijd op 25 juli 1796.
Daarna werd hij vice regent van de pedagogie De Lelie te Leuven.
Aan het college voor theologie, dat geleid werd door professor Jan Frans Van De Velde, onderwees De Smet de retorica.
Onder het Franse regime werd de scheiding van Kerk en staat doorgevoerd met de ontmanteling van de traditionele voorrechten van de Kerk van het Ancien Regime. Bovendien verloor de Kerk grotendeels haar bezit en werd zij door allerlei maatregelen onder de controle van de staat geplaatst. Zo werden de priesters o.a. verplicht de eed van trouw aan de Franse grondwet af te leggen. Priesters die de eed weigerden af te leggen, werden gedeporteerd of moesten onderduiken.
Samen met onderpastoor D'Hooghe bediende Guillaume De Smet als jonge priester in het geheim de parochie Waarschoot, van waar hij afkomstig was. Al vlug ondervond hij aan den lijve de repressie van de Franse bezetter tijdens de Boerenkrijg. Op 2 februari 1798 vielen Franse troepen Waarschoot binnen. D'Hooghe en De Smet konden ternauwernood ontsnappen en moesten zich geruime tijd schuilhouden in de bossen rond Waarschoot.
Na het Concordaat van 15 juli 1801 tussen paus Pius VII en de Franse consul Napoleon Bonaparte werden de betrekkingen tussen staat en Kerk enigszins genormaliseerd. Zo bepaalde artikel 11 van het concordaat dat ieder bisdom opnieuw een seminarie voor de priesteropleiding mocht hebben. In hetzelfde jaar was J. Van Hemme, de vroegere subregent van het seminarie, begonnen theologieonderwijs te geven in de gebouwen van het vroegere Rijke Gasthuis te Gent. De nieuwe bisschop E. Fallot de Beaumont erkende bij zijn aanstelling in 1802 het seminarie van Van Hemme als bisschoppelijk seminarie. Voor de recrutering van kandidaat seminaristen wilde de bisschop ook kleinseminaries oprichten waar humanioraonderwijs zou worden gegeven.
Het Sint Caroluscollege werd ondergebracht in de gebouwen van het grootseminarie te Gent. In 1806 richtte bisschop Fallot de Beaumont een tweede kleinseminarie te Roeselare op.
Na de promotie van Failot de Beaumont tot bisschop van Piacenza werd Maurice de Broglie in april 1807 benoemd tot bisschop van Gent. De nieuwe bisschop wilde een derde kleinseminarie oprichten in het Waasland. Op 16 februari 1808 kocht hij daartoe van de toenmalige eigenaar Henri Jacques Ghislain van der Sare de kerk, het klooster en de tuin van de paters Franciscanen Recolletten, die in 1797 hun klooster in Sint Niklaas hadden moeten verlaten.
Op 10 maart 1808 werd Guillaume De Smet, tot dan toe onderpastoor van Waarschoot, benoemd tot superior van het nieuw opgerichte kleinseminarie te Sint Niklaas, dat op 9 mei 1808 van start ging. Ondanks het concordaat trachtte de Franse overheid op alle mogelijke manieren de Kerk te onderwerpen aan controle door de staat. Zo had de oprichting van een Université Irnpériale op 10 mei 1806 duidelijk de bedoeling het onderwijs, ingericht door de Kerk, te incorporeren in het staatsonderwijs, nl. de lycea. Omwille van zijn verzet tegen deze en andere maatregelen werd bisschop de Broglie op 12 juli 1811 gevangen gezet te Vincennes. Omdat de klein seminaries niet wensten aan te sluiten bij de Université Impériale moesten zij vóór 1 juli 1812 hun deuren sluiten. Het college van Gent sloot op 7 december 1811, het kleinseminarie van Roeselare op 29 j uni 1812, het kleinseminarie van Sint Niklaas waarschijnlijk ook kort vóór 1 juli 1812. Na de opheffing van het kleinseminarie werd Guillaume De Smet op 23 december 1812 door bisschop de Broglie benoemd tot onderpastoor te Sleidinge. Op 15 juni 1813 werd hij benoemd tot pastoor van Izegem. Op 31 maart 1829 werd hij door het vicariaat generaal van het bisdom Gent benoemd tot pastoor van zijn geboortedorp Waarschoot en werd hij even eens deken van de dekenij Eeklo. Vooral ten gevolge van de oprichting van de Belgische staat, die sedert begin 1831 een zeer liberale grondwet had, vormden zich onder de geestelijkheid van het bisdom Gent, zoals trouwens ook elders, twee strekkingen. Onder invloed van de Franse denker de Lamennais waren de liberaal katholieken voorstander van de erkenning van de liberale vrijheden, o.a. de ver doorgedreven scheiding van Kerk en staat, zoals de Belgische grondwet ze voorzag. De Kerk kon van deze grondwettelijke vrijheid gebruik maken om haar eigen structuren, haar onderwijs, enz. te reorganiseren en te versterken. De liberaal katholieken wendden zich af van het traditionele conservatisme en waren voorstander van een grotere democratisering en een meer volksgericht kerkelijk beleid. Hun tegenstanders, de ultamontanen, stonden eerder afwijzend tegenover de liberale vrijheden, vooral dan tegenover de scheiding van Kerk en staat. Hoewel zij een zekere sarnenwerking tussen Kerk en staat niet afwezen, wilden zij de autonomie van de Kerk tegenover de staat behouden en legden zij sterk de nadruk op het kerkelijk gezag. Op 24 april 1836 werd Guillaume De Smet door de Gentse bisschop Jan Frans Van De Velde benoemd tot kanunnik van het Sint Baafskapittel van de Gentse kathedraal. Na het overlijden van vicaris generaal Goethals werd hij op 4 mei 1836 eveneens vicaris generaal en aartsdiaken van het bisdom Gent, en deken van het Sint Baafskapittel. In die functies was hij één der naaste medewerkers van de bisschop. De ultramontanen waren echter niet opgetogen over de benoeming van De Smet, die als de vroegere superior van het kleinserninarie van Sint Niklaas bekend stond voor zijn overtuigd liberaal katholieke gezindheid. De gezondheidstoestand van bisschop Van de Velde verslechterde vanaf 1835 dermate dat hij in maart 1837 zelf vroeg om de aanstelling van een hulpbisschop met recht van opvolging. De keuze van de bisschop viel op vicaris-generaal Guillaume De Smet. Wegens zijn liberaal katholieke overtuiging was die echter voor de politiek conservatieve en ultramon taanse kringen in België onaanvaardbaar. Niet alleen kardinaal Sterckx en het Vaticaan, maar ook koning Leopold I wilden immers dat de opvolger van bisschop Van De Velde een einde zou maken aan het overwicht van het liberaal-katholicisme bij de leiding van het bisdom. Na het overlijden van bisschop Van De Velde op 7 augustus 1838 stelde het SintBaafskapittel twee kapittelvicarissen aan, waaronder vicaris generaal Guillaume De Smet, die het bisdom moesten besturen in afwachting van de komst van een nieuwe bisschop. Op 4 november 1838 werd Louis Joseph Delebecque, president van het grootseminarie van Brugge, gewijd tot bisschop van Gent. Ondanks zijn liberaal katholieke gezindheid werd Guillaume De Smet, die als volgzaam werd beschouwd, door de nieuwe bisschop opnieuw tot vicarisgeneraal benoemd, o.a. op aandringen van kardinaal Sterckx. Als vicarisgeneraal was hij ambtshalve ook lid van de raad van synodale examinatoren die de nieuwe bisschop had ingesteld ter vervanging van de oude bisschoppelijke raad. Het opdringende ultramontanisme in het bisdom Gent zorgde er echter voor, o.a. door de aanstelling van een ultramontaanse vicaris generaal, dat zijn invloed onder de nieuwe bisschop eerder beperkt bleef. Enkel in het kapittel van Sint Baafs behielden de liberaal katholieken nog een sterke positie. Guillaume De Smet overleed te Gent op 26 februari 1849 op 79 jarige leeftijd. In zijn testament had hij een beurs van 400 BEF voorzien voor leerlingen aan het kleinseminarie van Sint Niklaas. Als vicaris generaal werd hij opgevolgd door Charles De Decker, pastoor van Geraardsbergen (1796 1867), als deken van het Sint Baafskapittel door de liberaal katholiek Richard Raepsaet (1792 1863), de vroegere secretaris van bisschop Van De Velde.

Bibliografie F. DE POTTER, J. BROECKAERT, Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost Vlaanderen. Eerste reeks. Arrondissement Gent, deel 7, Gent, 1864 1870, Waarschoot. M. CLOET, L. COLLIN, R. BOUDENS (reds.), Het bisdom Gent (1559 199 l). Vier eeuwen geschiedenis, Gent, 1991. A. DEMEY, D. DE SMET, K. GOETHALS, W. NYS, De Sint Anthoniuskerk te Sint Niklaas. Drie eeuwen sobere barok, Gent, 1996. G. FAELENS, Histoire du Petit Séminaire de Saint Nicolas, Sint Niklaas, 1908. E. LAMBERTS, Kerk en liberalisme in het bisdom Gent (1821 1857). Bijdrage tot de studie van het liberaal katholicisme en het ultramontanisme, Universiteit te Leuven. Werken op het gebied van de geschiedenis en de filologie, 5e reeks, deel 8, Leuven, 1972. Notice sur M. Guillaume De Smet, in: Journal historique et litteraire, XV, 1848 1849, p. 595 596. L. PILLEN, J. POLLET, 175 jaar Klein Seminarie te Roeselare, Roeselare, 1982. L. SCHOKKAERT (ed.), Biografisch repertorium van de priesters van het bisdom Gent

Kleuterschool
Lagere school
Internaat

 

Vandaag

 

 
Schoolrestaurant
Menu secundair - uitleg
College Info
IC Hou
SJKS-Knack

 

Creatief-actief


Toneel 
Indigo 
Skairo 
In Dulci Jubilo
 
 

Ligging

Hoe bereik je ons?